Reil-orgel

In 1999 werd door Henk Stoel uit Kampen een orgel aan de Bovenkerk geschonken, dat in het koor van de kerk werd geplaatst. Het instrument werd door Reil Orgelmakerij uit Heerde gebouwd. 

Het orgel kreeg 28 stemmen, verdeeld over Hoofdwerk, Bovenwerk en Pedaal. Het 29ste register is een Klaroen, die op het Bovenwerk is geplaatst. De Klaroen wordt bespeeld via een derde discant-klavier (vanaf c1), 'Récit' genaamd.

De windlade maakt deel uit van de kas, en is de krans, waarop de kas van het bovenwerk staat. De meeste frontpijpen staan op deze windlade. Er zijn dus nauwelijks conducten aangebracht.

Voor het pijpwerk heeft het Bader-orgel (1643) van de Sint Walburgiskerk in de Hanzestad Zutphen als voorbeeld gediend. Het historische pijpwerk van dit instrument is grondig onderzocht; op basis van de resultaten is het pijpwerk voor het orgel gereconstrueerd. Op de pijpen in het front is tinfolie aangebracht.

De gehele windvoorziening van het orgel, bestaande uit o.a. twee keilbalgen, staat opgesteld in een kelder, direct onder het orgel.

Ondanks het 17de-eeuwse concept, zijn de  mensuren van de tongwerken en van de Cornet berekend vanuit bronnen uit de 18de-eeuw.